Optellen, aftrekken en splitsen oefenen

Alles begint met splitsen: wie weet dat 8 uit 5 en 3 bestaat, kan vlot over het tiental rekenen. In het 1ste leerjaar rekent je kind tot 20, in het 2de tot 100 en in het 3de tot 1000. In het 4de leerjaar leert het cijferen: grote getallen onder elkaar optellen en aftrekken.

Optellen en aftrekken per leerjaar

Voorbeeld

Zo legt juf Anna het uit (optellen en aftrekken tot 20)

14 + 3 = ?
  1. Begin bij 14 en tel 3 verder.
  2. 15, 16, 17. Dus 14 + 3 = 17.

Tips voor ouders

  • Laat je kind getallen splitsen met echte dingen: 8 knikkers in twee hoopjes, op hoeveel manieren kan dat?
  • Over het tiental rekenen gaat makkelijker in twee stappen: 8 + 5 = 8 + 2 + 3 = 13.
  • Vraag na een som eens: hoe weet je dat? Een kind dat zijn manier kan uitleggen, rekent met begrip.
  • Schatten helpt om fouten te zien: 398 + 205 is ongeveer 400 + 200, dus het antwoord ligt rond 600.

Veelgestelde vragen over optellen en aftrekken

Wat is splitsen in het 1ste leerjaar?

Splitsen is een getal in twee delen verdelen, bijvoorbeeld 8 = 5 + 3. Kinderen splitsen eerst tot 10 en daarna tot 20. Het is de basis om over het tiental op te tellen en af te trekken.

Wanneer leren kinderen cijferen?

Cijferend optellen en aftrekken, met de getallen onder elkaar, komt in Vlaanderen vooral in het 3de en 4de leerjaar aan bod. Op RekenPlezier staat cijferen tot 100 000 bij het 4de leerjaar.

Het eerste onderwerp van elk leerjaar is gratis, zonder account. Alle onderwerpen van een leerjaar: 7 dagen gratis proberen, daarna €4,99 per maand of €49,99 per jaar.

Kies je leerjaar en begin met oefenen →