Maaltafels oefenen

De maaltafels zijn de basis voor bijna alles wat later komt: delen, breuken, procenten en oppervlakte. In het 2de leerjaar begint je kind met de tafels van 1, 2, 5, 10, 3 en 4. In het 3de leerjaar komen alle tafels en de deeltafels erbij, en vanaf het 4de leerjaar gebruikt je kind ze om grotere getallen te vermenigvuldigen en te delen.

Maaltafels per leerjaar

Voorbeeld

Zo legt juf Anna het uit (alle tafels en deeltafels)

56 : 7 = ?
  1. Denk aan de tafel van 7.
  2. 8 × 7 = 56. Dus 56 : 7 = 8.

Tips voor ouders

  • Oefen kort en vaak: elke dag vijf minuten werkt beter dan één keer per week een half uur.
  • Begin met de makkelijke tafels (2, 5 en 10) en bouw daarop verder. 6 × 7 is 5 × 7 plus nog een keer 7.
  • Oefen de deeltafel samen met de maaltafel: wie weet dat 6 × 7 = 42, weet ook dat 42 : 7 = 6.
  • Laat je kind hardop zeggen hoe het rekent. Zo hoor je of het de tafel echt kent of nog telt.

Veelgestelde vragen over maaltafels

In welk leerjaar leren kinderen de maaltafels?

In Vlaanderen starten kinderen in het 2de leerjaar met de tafels van 1, 2, 5, 10, 3 en 4. In het 3de leerjaar kennen ze alle tafels tot 10 en de deeltafels.

Hoe leert mijn kind de maaltafels het snelst?

Door elke dag kort te oefenen, te beginnen met de tafels van 2, 5 en 10, en moeilijke sommen af te leiden uit makkelijke. Op RekenPlezier wordt de volgende vraag moeilijker na een goed antwoord en makkelijker na een fout, zodat je kind op eigen niveau oefent.

Wat zijn deeltafels?

Deeltafels zijn de maaltafels omgekeerd: 42 : 7 = 6 omdat 6 × 7 = 42. Kinderen oefenen ze vanaf het 3de leerjaar.

Het eerste onderwerp van elk leerjaar is gratis, zonder account. Alle onderwerpen van een leerjaar: 7 dagen gratis proberen, daarna €4,99 per maand of €49,99 per jaar.

Kies je leerjaar en begin met oefenen →