Breuken oefenen

Breuken beginnen met verdelen: de helft van 12, een vierde van een pizza. Vanaf het 3de leerjaar bouwt je kind daarop verder: een breuk van een getal nemen in het 4de leerjaar, breuken vereenvoudigen in het 5de en breuken optellen in het 6de leerjaar. Ter voorbereiding op het middelbaar komt vermenigvuldigen met breuken erbij.

Breuken per leerjaar

Voorbeeld

Zo legt juf Anna het uit (breuk van een getal)

3/5 van 40 = ?
  1. Deel door de noemer: 40 : 5 = 8.
  2. Vermenigvuldig met de teller 3: 8 × 3 = 24.

Tips voor ouders

  • Maak breuken zichtbaar: snij een appel, pizza of chocoladereep in gelijke stukken.
  • Een breuk van een getal gaat in twee stappen: 3/4 van 20 is eerst 20 : 4 = 5, dan 3 × 5 = 15.
  • Laat je kind zeggen wat de noemer betekent: in hoeveel gelijke stukken verdeel je het geheel?
  • Breuken optellen lukt pas als de stukken even groot zijn. Zoek daarom eerst dezelfde noemer.

Veelgestelde vragen over breuken

Wanneer leren kinderen breuken?

In het 3de leerjaar met eenvoudige breuken zoals de helft en een vierde van. In het 4de leerjaar nemen ze een breuk van een getal, in het 5de vereenvoudigen ze breuken en in het 6de leerjaar tellen ze breuken op.

Hoe bereken je een breuk van een getal?

Deel het getal door de noemer en vermenigvuldig met de teller. Bijvoorbeeld 3/4 van 20: 20 : 4 = 5, en 3 × 5 = 15.

Het eerste onderwerp van elk leerjaar is gratis, zonder account. Alle onderwerpen van een leerjaar: 7 dagen gratis proberen, daarna €4,99 per maand of €49,99 per jaar.

Kies je leerjaar en begin met oefenen →